4 min leestijd

Schijnzelfstandigheid in de techniek: waar let de Belastingdienst op?

Schijnzelfstandigheid in de techniek: waar let de Belastingdienst op?

Schijnzelfstandigheid is al een tijd een belangrijk onderwerp, maar in 2026 is het extra actueel. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volgens de normale regels en kan in 2026 ook vergrijpboetes opleggen. Voor opdrachtgevers en zelfstandigen in de techniek is het daarom belangrijk om goed te begrijpen waar de Belastingdienst precies naar kijkt bij de beoordeling van een arbeidsrelatie.

afbeelding decoratie

Wat is schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand zich presenteert als zelfstandige, terwijl er volgens het arbeidsrecht eigenlijk sprake is van een dienstverband. De Belastingdienst zegt daarover dat opdrachtgevers en zelfstandigen zo hun verplichtingen richting de Belastingdienst ontlopen. Het gaat dus niet alleen om hoe een overeenkomst heet, maar vooral om hoe de arbeidsrelatie in werkelijkheid is ingericht en uitgevoerd.

Waar kijkt de Belastingdienst als eerste naar?

De centrale vraag is of er sprake is van loondienst of niet. Volgens de Belastingdienst heeft loondienst drie kenmerken: de mogelijkheid tot werkgeversgezag, de verplichting tot het leveren van persoonlijke arbeid en de beloning voor die arbeid. Maar de Belastingdienst zegt er direct bij dat je er niet bent met alleen die drie losse woorden; alle feiten en omstandigheden van de arbeidsrelatie tellen mee.

Welke feiten en omstandigheden tellen mee?

De Belastingdienst noemt onder meer de aard en duur van het werk, de manier waarop werkzaamheden en werktijden zijn bepaald, de mate waarin het werk onderdeel is van de organisatie van de opdrachtgever, of het werk persoonlijk moet worden uitgevoerd, hoe afspraken tot stand zijn gekomen, hoe de beloning is bepaald en uitbetaald, de hoogte van de beloning, het commerciële risico en de mate waarin iemand zich als ondernemer gedraagt.

Werknemer CTS op kantoor

Wanneer wijst het op een gezagsverhouding?

Voor het onderdeel gezag noemt de Belastingdienst hele concrete vragen. Kan de opdrachtgever bepalen hoe, wanneer, waar en met wie iemand werkt? Kan de opdrachtgever bepalen hoeveel uur of dagen per week iemand aan de opdracht werkt? En kan de opdrachtgever dezelfde aanwijzingen en instructies geven als aan werknemers? Als het antwoord op één of meer van die vragen “ja” is, noemt de Belastingdienst dat een sterke aanwijzing voor een gezagsverhouding.

Waarom is dit in de techniek extra relevant?

In de techniek werken zelfstandigen vaak op locatie, in teams en binnen projectplanningen. Juist dan kunnen signalen zoals vaste roosters, directe aansturing, dezelfde instructies als werknemers en sterke inbedding in de organisatie sneller samenkomen. Dat is geen aparte technische uitzondering in de wet, maar wel een logische reden waarom opdrachtgevers in de techniek extra scherp moeten kijken naar de feitelijke samenwerking.

Werknemers van CTS die overleggen

Twijfel je welke werkvorm bij jouw situatie past?

We denken graag met je mee over een passende stap binnen de techniek.
Neem contact op

Conclusie

Bij schijnzelfstandigheid kijkt de Belastingdienst niet alleen naar wat er op papier staat, maar vooral naar hoe het werk in de praktijk wordt uitgevoerd. De drie kenmerken van loondienst blijven belangrijk, maar uiteindelijk draait het om het totale beeld: gezag, persoonlijke arbeid, beloning, inbedding, ondernemersgedrag en risico. Zeker in de techniek is het daarom verstandig om arbeidsrelaties regelmatig opnieuw tegen het licht te houden.

Veelgestelde vragen

Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand als zzp’er wordt ingehuurd, terwijl er volgens het arbeidsrecht eigenlijk sprake is van loondienst. Het gaat dus niet alleen om de naam van de overeenkomst. De feitelijke samenwerking is bepalend. Daarom moet altijd naar de praktijk worden gekeken.

De Belastingdienst noemt drie basiskenmerken: werkgeversgezag, persoonlijke arbeid en beloning voor die arbeid. Maar daarmee ben je er nog niet. Alle feiten en omstandigheden van de arbeidsrelatie tellen mee. Die bredere toets is dus essentieel.

Ja. De Belastingdienst zegt dat als op één of meer vragen over aansturing, werktijden, samenwerking of instructies “ja” wordt geantwoord, dat een sterke aanwijzing is voor een gezagsverhouding. Dat betekent niet automatisch dat altijd sprake is van loondienst, maar het is wel een serieus signaal. Juist daarom moet je nooit alleen naar het contract kijken. De praktijk weegt zwaar mee.

De praktijk telt uiteindelijk het zwaarst. De Belastingdienst benadrukt dat alle feiten en omstandigheden van belang zijn bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Een mooi contract helpt dus niet als de dagelijkse samenwerking daar niet bij past. Daarom is regelmatig opnieuw beoordelen verstandig.

Opdrachtgever en opdrachtnemer (de zzp’er) moeten samen beoordelen of sprake is van loondienst of zelfstandig ondernemerschap. Daarvoor kun je onder meer de Webmodule beoordeling arbeidsrelaties gebruiken. Als het daarna nog steeds onduidelijk is, kun je een verzoek om vooroverleg doen. Belangrijk is wel dat de praktijk dan ook echt overeenkomt met wat je hebt beoordeeld of aangevraagd.

Sinds 1 januari 2025 gelden weer de normale handhavingsregels. Bij vastgestelde schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Vanaf 1 januari 2026 kunnen ook vergrijpboetes worden opgelegd. Verzuimboetes legt de Belastingdienst in 2026 nog niet op.

Op zoek naar de baan die echt bij je past? Bekijk ons vacature aanbod.

Vind jouw vacature
CTS logo

CTS verbindt technische professionals met organisaties die vooruit willen. We helpen makers, denkers en doeners aan een plek waar ze echt tot hun recht komen. Of dat nu in de werkplaats, op locatie of op kantoor is. Maar altijd in de techniek én altijd met onze persoonlijke aandacht en kennis van het vak. CTS, perfect geplaatst.